Arthur Schopenhauer

“Wie zeer veel en bijna de ganse dag leest, verliest geleidelijk het vermogen om zelf te denken, evenals iemand, die altijd rijdt, tenslotte het lopen verleert. Dit nu is het geval met zeer veel geleerden: zij hebben zich dom gelezen.”

Arthur Schopenhauer

“Welnu, nu is het voorbij, het avondrood mijns levens wordt het morgenrood van mijn roem, en zeg ik met Shakespeare: ‘Goede morgen, heeren! Dooft nu de fakkels uit! De wolven hebben hun rooftocht gestaakt; aanschouwt den liefelijken dag, vóór Phoebus’ wagen uitgaande, en het nog slaapdronken Oosten met purperen druppelen besprenkelend!’“